Kunst 2 Go. . . . olieverfschilderijen en pastels

 

O29 Fribourg (60x50cm)

Fribourg is een stad op de taalgrens van Frankrijk en Zwitserland. Het ligt aan een rivier en het zand van de rivier wordt gebruikt voor de huizenbouw, daar komt de opvallende gele kleur vandaan. Verder was ik erg gecharmeerd van de vele rode daken. Als je op de foto klikt zie je een betere weergave.


Dit werk kost 245 Euro.

 

Fribourg is de hoofdstad van het gelijknamige Zwitserse kanton Fribourg. De stad ligt in het district Sarine (Duits: Saane) op de Frans-Duitse taalgrens, is officieel tweetalig, maar in de praktijk voornamelijk franstalig. De naam betekent Vrije burcht. Fribourg ligt op de Zwitserse Hoogvlakte, tussen Vevey en Bern. Hemelsbreed is de afstand tot Bern 28 km. De oudstad ligt op 581 meter hoogte, maar de meeste kwartieren van de stad liggen op ongeveer 620 meter hoogte op de heuvels rondom. De oudstad is gebouwd op een plaats waar de rivier de Saane een meander heeft gevormd. De erosie van de molassezandsteen heeft een dal gevormd, dat bebouwing toeliet. De stad werd in 1157 door Berthold IV van Zähringen gesticht en werd ook aangeduid met de namen Fribor, als Friborc, Friborch, Friburch en Friburg. De naam van de stad is direct verbonden met Freiburg im Breisgau dat in 1120 door Koenraad I van Zähringen was gesticht en de thuishaven van het geslacht Zähringer was. Na de dood van de laatste telg van de hoofdtak van geslacht Zähringen Berthold V van Zähringen, de stichter van Bern, in 1218 verviel de stad vanwege de overervering via zijn zus Anna aan het geslacht Kyburg, Ulrich von Kyburg. Voordat de Kyburgers, vanwege schulden, de stad in 1277 verder verkochten aan Rudolf I van Habsburg, stelden ze een gemeentegrondwet op, waarin de institutionele, economische en rechterlijke organisatie van de stad werd geregeld. Tot 1452 viel de stad onder de heerschap van de Habsburgers. In deze tijd kwamen de burgers in de stad tot aanzienlijke rijkdom. Vanaf 1283 werd gewerkt aan de kerk, tegenwoordig kathedraal, die gewijd is aan Nicolaas van Myra. In 1404 werd een nieuwe grondwet aangenomen, de Vennerbrief. In de 15e eeuw vonden burgeroorlogen en oorlogen met Bern en Savoye plaats, waardoor de stad verzwakt werd. Het resultaat daarvan was dat de stad in 1452 deel werd van Savoye (tot 1477). Fribourg nam samen met Bern deel in de Bourgondische oorlogen, met als roemrijkste slag de Slag bij Murten, hetgeen leidde de onafhankelijkheid. In 1478 werd Fribourg een vrije bondsstad.

De stad werd op 22 december 1481, samen met Solothurn met als naam "Stad en republiek Fribourg" lid van het Zwitserse eedgenootschap. Dit als eerste tweetalige kanton, wat ertoe leidde dat Duits tot 1798 de officiële ambtstaal in het kanton was. In de 15e eeuw en de 16e eeuw werd het territorium van de stad/kanton gevormd, onder andere door veroveringen op Vaud en in het gebied rondom Gruyères. Frankrijk was een belangrijke partner van Fribourg; in 1516 werd in de stad Fribourg tussen Frankrijk en het Zwitsers Eedgenootschap "de eeuwige vrede" afgesproken. In de 17e een 18e eeuw werd de stad geleid door een oligarchie van ongeveer 60 families, die zich de Patriciërs noemden. Deze heerschap, die ook niet eindigde door opstanden van de burgerij, werd beëindigd op 2 maart 1798 toen de Franse revolutietroepen de stad innamen en de Helvetische Republiek werd uitgeroepen.

Me de Mediatieakte van Napoleon Bonaparte in 1803 werden stad en kanton staatsrechtelijk uit elkaar genomen en werden de definitieve grenzen van het kanton vastgelegd. In 1814 kwamen de "oude Heren" nogmaals aan de macht tot de aanname van een nieuwe grondwet in 1831, dat voorgoed een einde maakte aan het Ancien Régime. In 1819 emigreerden vele burgers van Fribourg naar Brazilië, het kanton was betrokken bij de Sonderbundskrieg in 1847. Interessante gebeurtenissen in de tweede helft van de 19e eeuw waren de industrialisatie van de stad en de groei van de stad in westelijke richting, de bouw van de spoorlijn Lausanne-Fribourg-Bern van 1856 - 1862, de bouw van de stuwdam en het ontstaan van het stuwmeer Pérollesmeer van 1869 tot 1872 en de gronding van de Universiteit in 1889. In de eerste helft van de 20e eeuw is relatief weinig vermeldenswaardige activiteit, behalve de bouw van de Universiteitsgebouwen van 1938 tot 1941 in Miséricorde. In 1971 kregen de vrouwelijke burgers van de stad volledige politieke rechten. In 1990 werden de talen Duits en Frans volledig gelijkgesteld als officiële talen in de stad.

De stad was en is nog altijd een bolwerk van het Zwitserse en Europese Katholicisme. Na de reformatie werd in 1613 de bisschopszetel van Lausanne naar Fribourg verlegd. Uiteindelijk werd in 1821 het huidige bisdom Lausanne, Genève en Fribourg gesticht, waarvan de cathedra in Fribourg staat. Al in de middeleeuwen werden verschillende kloosters en andere religieuze gebouwen in de stad gesticht, die tot de dag van vandaag het stadsbeeld beinvloeden (augustijner heremieten, minorieten, maltezen en cisterciënzers). Tijdens de reformatie kwamen daar in het kader van de contrareformatie talloze andere kloosters bij: o.a. het kapucijnenklooster (1608) en diens vrouwenklooster op de Bisemberg (Montorge) (1621), het ursulinenklooster (1634) en het klooster van de visitandinnen (1635). De jezuieten echter hebben de stad tot de opheffing van hun orde het meest beinvloed: In 1582 stichtten ze het Collège Saint-Michel, dat tot de dag van vandaag als voorloper van de huidige universiteit gezien wordt. De universiteit wordt sinds de stichting vooral door dominicanen gedomineerd: Zo is ook nog vandaag de dag de rector een dominicaan (Guido Vergauwen O.P.).